Voortplanting en verloskunde

 

 

 

 

 

 

 

Mogelijkheden in onze praktijk:

  • opvolging progesteron
  • swabname teef
  • KI
  • echografie voor drachtcontrole vanaf dag 28
  • rx dracht vanaf dag 45 à 50
  • keizersnede

De dekking

Als je je teef wilt laten dekken dan doe je dit best ten vroegste vanaf de 3de loopsheid. Bij de eerste 2 loopsheden is de teef nog niet volledig uitgegroeid en dit kan problemen geven bij de bevalling. Ook op latere leeftijd kan een teef nog een nestje krijgen, maar hoe ouder ze is, hoe meer kans er is op complicaties. Ze geraken soms minder vlot drachtig en het aantal pups daalt met de leeftijd.

Een teef is 3 weken loops. Gemiddeld is ze op de 11e dag na het begin van de bloederige uitvloeiing vruchtbaar. Het is ideaal als u rond deze periode de teef een paar dagen bij de reu kan laten. De teef en reu bepalen dan zelf de vruchtbaarste periode. Indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de reu in het buitenland verblijft of wanneer het om een echte fokreu gaat, is het best om via een bloedonderzoek de progesteronwaarden te laten bepalen. Aan de hand van deze waarden kan het beste tijdstip van dekken exact bepaald worden.

Er moet soms een paar dagen achter elkaar bloed genomen worden tot de progesteronwaarde hoog genoeg staat. Een onjuist tijdstip van dekking is een zeer belangrijke oorzaak van het niet drachtig worden van de teef.

Kunstmatige inseminatie (KI)

In sommige gevallen, als de teef zich niet wil laten dekken, is het nodig om kunstmatige inseminatie toe te passen. Hierbij is het zeer belangrijk aan de hand van progesteronwaarden te weten of het voor de teef het ideale moment is, omdat dekking op een verkeerd tijdstip de reden kan zijn dat de teef de reu niet accepteert.

Het best komt u met de teef en de reu naar de praktijk. Daar hebben we veel bekwame mensen en kunnen we de KI op een hygiënische manier uitvoeren. Eerst wordt een spermastaal afgenomen van de reu. Daarna wordt het sperma door middel van een pipet in de vagina van de teef gebracht.

Drachtcontrole

Vanaf ten vroegste 18 dagen kan met behulp van echografie een eventuele dracht vastgesteld worden. Meestal wachten we tot ongeveer 28 dagen vooraleer we de teef scannen omdat alles dan veel duidelijker te zien is en er zo minder fouten gemaakt worden.  Vanaf 45 à 50 dagen kan een röntgenfoto gemaakt worden. Het voordeel hiervan is dat we het aantal pups kunnen tellen.

Drachtigheidsduur en ontwormen

Een hond is gemiddeld 63 dagen drachtig. Dit kan variëren van 59 tot 70 dagen. Bij de hond geldt over het algemeen: hoe meer pups, hoe korter de dracht. Als de dracht minder dan 59 dagen of meer dan 70 dagen duurt, moet de dierenarts gewaarschuwd worden. Als de pups te vroeg geboren worden, kunnen ze in de problemen komen. Als de dracht te lang duurt, kunnen zowel de teef als de pups het moeilijk krijgen bij de geboorte. De dierenarts kan bepalen of het verstandig is nog iets langer te wachten, of dat het noodzakelijk is om een keizersnede te doen. Om te voorkomen dat de pups besmet worden met wormeitjes is het aan te raden om de teef voor de bevalling te ontwormen.

De bevalling

De dag waarop de bevalling begint zullen de meeste teven niet willen eten. Als de weeën beginnen, wordt de hond onrustig, gaat in haar werpkist krabben en kan soms door het huis gaan lopen. Deze periode kan wel 12 uur duren.

Let erop dat de hond tijdens de bevalling rust krijgt. Het is een zware opgave en het is prettig voor haar als er geen drukke kinderen of buren komen kijken naar haar bevalling. Natuurlijk moet de eigenaar in de buurt blijven om ervoor te zorgen dat alles juist verloopt. Als de teef persweeën krijgt, verschijnt eerst de vruchtblaas en het vruchtwater, dan het jong in de vliezen en daarna de nageboorte. Het vruchtwater kan wat groen van kleur zijn. De teef maakt de vliezen kapot en eet ze samen met de nageboorte op. Maakt de teef niet zelf de vliezen kapot, dan moet u ze bij het kopje van de pup kapot maken zodat de pup kan ademen. De teef zal ook de pup schoonlikken, dit is belangrijk voor het op gang komen van de ademhaling en het stimuleren van de darmen. Als een teef veel pups krijgt, laat haar dan niet alle nageboorten opeten, want dan kan ze diarree krijgen. De gemiddelde tijd tussen de geboorte van 2 pups is ongeveer 45 minuten

Wanneer moet u de hulp van een dierenarts inschakelen:

  • Als de teef duidelijk zit te persen op een pup en dit langer dan 20 minuten duurt. Als u te lang wacht sterft de pup doordat hij niet genoeg zuurstof krijgt.
  • Als de teef 1-2 uur af en toe zwak perst zonder enige vordering
  • Als de teef een stinkende uitvloei heeft uit de vagina
  • Als de teef na de geboorte van een jong 2-3 uur niet meer perst, terwijl er nog jongen te verwachten zijn
  • Als de dracht al 70 dagen duurt
  • Als er iets anders is waarover u twijfelt: bel ons dan gerust, wij staan dag en nacht voor u en uw huisdier paraat!

Na de bevalling

De natuur heeft ervoor gezorgd, dat de navelstreng meestal spontaan op de goede plaats afscheurt. Mocht een navelstreng bloeden dan kunt u deze afbinden met een stevig stuk naaigaren. Blijft de teef na de bevalling onrustig, dan is het verstandig om de dierenarts te laten controleren of ze inderdaad ‘leeg’ is, dit wil zeggen dat er zeker geen pups meer in de buik zitten.
De pups kunt u merken met nagellak of een gekleurd wollen draadje en ze moeten gewogen worden op een nauwkeurige (digitale) weegschaal. Dit kan 2x daags gedaan worden. Noteer het gewicht van de pups. Pups mogen na de bevalling NIET afvallen! Gebeurt dit wel dan is er iets mis; of de teef heeft te weinig melk of de pups drinken te weinig, bijvoorbeeld door een opkomende ziekte. Ook nu is het goed de dierenarts te bellen voor overleg.

De pups

  • Als de pups voortdurend liggen te piepen en te zoeken, geeft de moeder waarschijnlijk te weinig melk.
  • Als ze steeds op een hoopje op elkaar kruipen hebben ze het koud.
  • Liggen ze zover mogelijk uit elkaar dan is het te warm in de werpkist.
  • Pups moeten vanaf de geboorte dagelijks aankomen in gewicht. Ongeveer op de 10e dag na de geboorte gaan de oogjes open en hebben de pups als het goed is hun geboortegewicht verdubbeld.

Als de pups 3 tot 4 weken oud zijn, kan er met bijvoeren van vast voedsel worden begonnen. Dit proces, waarbij de pup geleidelijk overschakelt van moedermelk naar vast voedsel, wordt spenen genoemd. Om de zelfstandige voedselopname te stimuleren, kan eerst eventueel enkele dagen een moedermelk vervangend product op een schoteltje worden gegeven, waarna geleidelijk op vast voedsel wordt overgeschakeld.

In het begin van de speenperiode is moedermelk nog het belangrijkste deel van de voeding, maar op de leeftijd van 8 weken zijn de meeste pups volledig aan vast voedsel gewend en zijn ze klaar om bij hun moeder weg te gaan.

De pups moeten voor het eerst ontwormd worden als ze 4 weken oud zijn. Op 6 weken wordt hun eerste puppyvaccinatie gegeven en worden de pups gechipt. Dit laatste is verplicht en moet door de kweker gebeuren. De ontworming wordt in het begin maandelijks gegeven en als de hond 6 maanden is, mag je er telkens 3 maanden tussen laten.

Back to Top