Sterilisatie en castratie

Sterilisatie bij de teef

Een teef kan gesteriliseerd worden vanaf 6 maanden ouderdom. Dit kan zelfs nog voor de eerste loopsheid. Indien de hond al eens loops geweest is, is het beste tijdstip ongeveer 3 maand na het begin van de loopsheid.
Bij een jonge hond, zonder problemen aan de baarmoeder, worden enkel de eierstokken verwijderd. Bij oudere honden worden de eierstokken en de baarmoeder verwijderd. Dit is iets ingrijpender omdat de snee een pak groter is.
Indien u zeker weet nooit een nestje te willen dan is sterilisatie zeker de beste keuze omdat er heel wat voordelen aan verbonden zijn, namelijk:

  • Geen vervelende loopsheden meer
  • Geen schijndracht meer
  • Geen ongewenste dekking
  • Geen tumoren of cystes aan de eierstokken of aan de baarmoeder meer
  • Geen baarmoederontsteking meer
  • Sterk verminderde kans op suikerziekte
  • Geen of sterk verminderde kans op melkkliertumoren. Als de teef gesteriliseerd wordt nog voor de eerste loopsheid of er vlak na, is de kans vrijwel nul. Hoe meer de hond loops geweest is, hoe groter de kans op melkkliertumoren op latere leeftijd wordt.

Het is een fabeltje dat schijndracht, melkkliertumoren en baarmoederontsteking niet voorkomen wanneer de teef een nestje gehad heeft!
De prikpil is ook mogelijk bij de hond maar zeer ongezond! Wanneer een hond regelmatig de prikpil gekregen heeft zal ze op latere leeftijd vrijwel zeker baarmoederontsteking en/ of melkkliertumoren krijgen. Ook suikerziekte komt zeer vaak voor bij gebruik van de prikpil. Wij raden de prikpil enkel aan indien u ooit nog een nestje wenst, want sterilisatie is definitief.

Aan een sterilisatie zijn echter ook enkele nadelen verbonden, namelijk:

  • Na sterilisatie kan incontinentie voorkomen. Er bestaat tegenwoordig wel medicatie die zeer effectief is hiertegen.
  • Er ontstaat een verandering in de stofwisseling waardoor de dieren aanleg hebben om dikker te worden. Om dit te voorkomen kan u de voeding, indien het nodig is, aanpassen.
  • Alle merken hebben een voeding met verlaagd energiegehalte in hun gamma.
  • De vacht kan veranderen. Dit komt vooral voor bij langharige honden waar de vacht dikker en stroever wordt.

Het is volledig aan u om te beslissen over sterilisatie of niet maar wij adviseren sterk om honden zo vroeg mogelijk te steriliseren omdat de gezondheidsvoordelen veel zwaarder wegen dan de nadelen.

Castratie en sterilisatie bij de kat

Sinds 1 september 2014 is er een nieuwe wetgeving i.v.m. de sterilisatie en castratie van katten in voege getreden: Alle kittens die verkocht (of weggegeven) worden moeten reeds gesteriliseerd of gecastreerd zijn.  Ze moeten ook gechipt en geregistreerd zijn. Enkel kwekers met een erkenningsnummer mogen een niet gesteriliseerd / niet gecastreerd kitten aankopen voor verdere kweek.

Een niet-gecastreerde kater is zeer moeilijk binnenshuis te houden. Eenmaal ze volwassen zijn gaan ze immers sproeien tegen deuren en meubels om hun territorium af te bakenen. Castratie is hier een oplossing voor. Wel gebeurt dit best zo vroeg mogelijk want een kater die al een tijdje sproeit, blijft dit soms verder doen, ook na castratie. Het enige wat dan verbetert is de geur van de urine, die is bij een gecastreerde kater minder scherp.

Een kattin is vruchtbaar vanaf ze 6 maanden oud is en krijgt per jaar gemiddeld 2 à 3 nestjes, elk van ongeveer 4 jongen. Na enkele jaren zal uw ene niet-gesteriliseerde kattin dus een echte kattenplaag veroorzaakt hebben. Daarom is het best uw kattin te steriliseren.

Ook indien uw kattin nooit buiten komt, is de beste oplossing voor haar sterilisatie. Een kat krijgt immers pas een eisprong bij de dekking. Dit houdt in dat een kat die nooit gedekt kan worden voortdurend krols wordt. Op dat moment is ze zeer lastig, probeert te ontsnappen, miauwt heel veel en plast soms in huis. Na enkele dagen gaat dit over maar doordat er geen eisprong heeft plaats gevonden wordt de kat na enkele dagen of weken opnieuw krols. Deze cyclus blijft zich herhalen tot de kat gedekt wordt of tot de kattentijd gedaan is (deze loopt van ongeveer februari tot september). Deze situatie is zeer ongezond voor de kat en voor uw zenuwen.

De pil voor katten bestaat ook, ofwel wekelijks, ofwel om de 2 weken. Een kat die een tijdje de pil neemt moet echter op latere leeftijd steeds gesteriliseerd worden omdat de pil bij de kat zeer veel problemen geeft (baarmoederontsteking en/of cysten van de melkklieren). Deze problemen kunnen zelfs al optreden bij katten die een paar maanden de pil krijgen.

De pil is ook zeer onbetrouwbaar. Als de kat 1 maal een pil uitbraakt kan ze al drachtig raken.

Bij jonge katjes worden enkel de eierstokken verwijderd, dit gebeurt via een zeer kleine insnede. Bij oudere katten, katten die al regelmatig de pil gekregen hebben of katten die al nestjes gehad hebben worden de eierstokken en de baarmoeder verwijderd. Hierbij is de operatiewonde iets groter.

Back to Top